Filters kun je in twee groepen verdelen.

1. kleurfilters
2. effectfilters

ad 1. kleurfilters worden gebruikt voor studiofotografie, reproducties en binnenshuis (lamplicht). Het zijn gelatinefilters.

Bij analoog fotograferen gebruik je kleurfilters om lamp- en TL-licht te compenseren. De kleurtemperatuur van een filmpje is nl. op daglicht gebaseerd. De kleurtemperatuur kun je meten met een kleurtemperatuurmeter in graden Kelvin.
Het filtersysteem van Cokin werkt met ringen en een filterhouder waarin je het filter schuift. Dit is flexibeler dan een schroeffilter.

Bij digitaal fotograferen is het gebruik van de filters niet nodig i.v.m. de automatische witbalans. In Photoshop vind je trouwens alle filters onder aanpassingen - filters.

ad 2. effectfilters zijn er in vele categorieën.
Op de site van Cokin (www.cokin.com) kun je alle filters bekijken en het effect ervan zien.

Gebruik van een filter kost licht! Je moet dus de belichting aanpassen! Bij een spiegelreflex wordt dat automatisch gedaan, werk je met een belichtingsmeter dan moet je met en zonder filter meten en het verschil compenseren.
Elke overgang tussen glas en lucht levert contrastverlies. Ga je filters stapelen dan levert dat dus veel verlies van contrast.

Enkele bijzonderheden:
ND-(getal) filter is een soort zonnebril voor de camera. Het geeft de mogelijkheid om met een kleiner diafragmagetal te blijven fotograferen.
Polarisatiefilter is een filter waar het licht maar op één manier doorheen kan. Het haalt dus reflecties weg.
UV-filter filtert UV-licht. Dit is vooral in bergen nodig, op zeeniveau niet echt nodig.
Skylight filter is een UV-filter dat heel licht rose gekleurd is. Haalt het blauw er iets uit waardoor de afbeelding wat warmer van kleur wordt.
Close-up filters zijn vergrootglazen. Met +2 halveer je de afstand die je normaal houdt tot het onderwerp. Handig voor macrofotografie. Kost 15-20 euro.

Het was een leerzame avond met veel informatie. Kijk vooral op de genoemde site!